Archiefbeeld © thinkstock.

Woensdag 7 oktober is de eerste SIB van Oostenrijk gesloten, het onderwerp is de verbetering van de economische en sociale positie van vrouwen die getroffen zijn door huiselijk geweld.
Jaarlijks worden 1.700 vrouwen en 1.600 kinderen in Oostenrijk opgenomen in de crisisopvang en worden 15.000 vrouwen en 16.000 kinderen begeleidt door het interventiebureau tegen huiselijk geweld.

Ruim 65% van de vrouwen in crisiscentra heeft geen werk en is afhankelijk van uitkeringen, kinderopvangtoeslag, bijstand of heeft helemaal geen inkomen. 10% van de vrouwen die wel een arbeidscontract heeft, verliest deze als gevolg van de vlucht of hun verblijf in de opvang. 40% van de vrouwen heeft geen (afgeronde) opleiding.

25% Procent keert wegens economische afhankelijkheid terug naar de dader van het geweld, 20% belandt meermaals in een blijf-van-mijn-lijfhuis, op zoek naar bescherming. Van de kinderen in de centra was 2/3 getuige van geweld en heeft 1/3 het aan den lijve ondervonden.

Getuige zijn van geweld kent een armoede- en uitsluitingsrisico, waarbij de “cyclus van geweld” dikwijls wordt voortgezet in volgende generaties.

Economische en sociale afhankelijkheid en marginalisatie, gebrek aan werkervaring en kwalificaties, een laag opleidingsniveau en een gebrek aan steun en financiële mogelijkheden voor getroffen kinderen, belemmeren de weg (terug) naar de arbeidsmarkt voor deze vrouwen. En dat vermoeilijkt het proces om de geweldsrelatie blijvend de rug toe te kunnen keren.

De gezondheidsproblemen en traumatisering als gevolg van het geweld, vergroten de kans op (ziekte)verzuim op het werk, wat risico op ontslag met zich mee brengt.

De kosten, die geweld tegen vrouwen veroorzaakt worden geschat op ongeveer 80 miljoen euro per jaar, onder meer in de gezondheidszorg, de rechterlijke macht en de wetshandhavingsinstanties, door verlies van werkgelegenheid, werkloosheid en sociale bijstand.
De totale maatschappelijke kosten gemoeid met dit probleem, onder meer in de gezondheidszorg en de inzet van de rechtelijke macht en andere wetshandhavingsinstanties, worden geschat op 80 miljoen per jaar, en vallen uiteen in onder andere arbeid (€ 8,25 miljoen/jaar), sociale bijstand voor slachtoffers (€ 2,13 miljoen/jaar) en gezondheidszorg (€ 14 miljoen/jaar).

Doelstelling: versterken van de sociale en economische positie van vrouwen die slachtoffer zijn van geweld.
Door vrouwen te bemiddelen naar duurzame arbeid, door het veiligstellen en uitbouwen van het bestaande levensonderhoud en zo economische zelfstandigheid te creëren, is het mogelijk om weg te gaan – en blijven – uit de gewelddadige situatie.

Het invullen van de hiaten
Om de activiteiten goed op elkaar af te stemmen wordt intensief samengewerkt met Duitse arbeidsmarktdiensten en crisiscentra. Onderscheidend hierin is dat niet alleen holistische en individuele hulp geboden wordt vanuit verschillende perspectieven, maar ook gewerkt wordt aan bescherming, huisvesting en mobiliteit van de slachtoffers. Dit draagt bij aan een meer stabiele omgeving, geborgen kinderopvang en een veilige werkplek.

Samenwerking met bedrijven
De samenwerking met bedrijven is noodzakelijk om enerzijds plaatsing op de arbeidsmarkt te realiseren, en anderzijds bestaande banen uit te breiden en te borgen. Gerichte samenwerking,  advies en ondersteuning van bedrijven moet leiden tot vaste contracten voor de getroffen vrouwen. Tevens vergroot het de bewustwording van het bedrijfsleven op het thema Geweld tegen vrouwen en de problematieken daaromtrent.

FACTSHEET: 

Opdrachtgever Publieke Sector         
Ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Consumentenbescherming

Intermediair                                              
Juvat

Voorfinanciering                                    
– ERSTE Stiftung, spaarbank
– Familie Scheuch Foundation, 100% dochteronderneming van HIL-Foundation
– Schweighofer Foundation
– Juvat

Uitvoerders                                                
– Gewaltschutzzentrum Oberösterreich [centrum voor bescherming tegen geweld]
– Frauenhaus Linz [vrouwenopvanghuis]

Projectbeoordelaar                                
– EY Wenen [succesmeting]
– Vienna University of Economics, Kenniscentrum voor non-profit organisaties en sociaal ondernemerschap [wetenschappelijke evaluatie]
– Institut für Konfliktforschun [instituut voor conflict onderzoek / aanvullende academische ondersteuning]

Samenwerkingspartners                    
– Ministerie van Onderwijs en Vrouwen
– Provinciaal bestuur Opper Oostenrijk

Hoofdcriteria doelgroep                     
Vrouwen in de deelstaat Opper Oostenrijk die getroffen zijn door geweld, die:
– de afgelopen 24 maanden contact hebben gehad met een crisiscentrum voor geweld of een vrouwenhuis,
– legaal in Oostenrijk wonen en een arbeidsgerechtigde leeftijd hebben,
– over een leefbaar inkomen beschikken of
– gevaar lopen werkloos te worden.

Hoofdcriteria prestatie
Bemiddeling van tenminste 75 vrouwen uit de doelgroep, binnen de gestelde projecttermijn (09/2015-08/2018), naar:
– arbeid,
– welke voorziet in het levensonderhoud
– voor tenminste 20 uur/week
– gedurende tenminste 12 maanden tijdens de looptijd van het project

Looptijd project
September 2015 – augustus 2018

Targetbonus
€ 804.688,- [Bedrag komt overeen met de ingebrachte middelen waaronder een rente op leningen van 1% per jaar]

Voor de Duitse factsheet en meer informatie over Juvat, klikt u hier.